Aziatische olifant
De Aziatische olifant is na de Afrikaanse olifant het grootste landdier op aarde. Met een schouderhoogte van 2,5 tot 3 meter, een lengte van 4 tot 6 meter heeft de Aziatische olifant een indrukwekkende omvang. Hun enorme gewicht van 2.000 tot 5.000 kilo wordt gedragen door 4 zuilvormige poten met zachte steunkussens. Hierdoor kunnen ze zich nagenoeg geruisloos voortbewegen. Je hoort een olifant zelfs niet als deze een paar meter achter je loopt.
Ze hebben een dikke huid van 2 centimeter en daardoor geen zweetklieren. Om af te koelen badderen ze vaak en wapperen met hun geaderde oren, waardoor het bloed afkoelt. De lange multifunctionele slurf is het meest kenmerkende van de olifant. Deze bevat meer dan 40.000 spieren. Hiermee kunnen ze ruiken, trompetteren, drinken, douchen met water of stof, snorkelen, elkaar aanraken en voorwerpen of voedsel oppakken.
Naamgeving
De wetenschappelijke naam voor de Aziatische olifant is Elephas Maximus (Latijn), wat 'grote bult' betekent. De naam verwijst naar hun bolle rug. Bovendien zitten er twee grote bulten op hun kop. De Aziatische olifant wordt ten onrechte Indische olifant genoemd. Dit is slechts één van de vijfondersoorten. Deze bestaan uit de Indische, Ceylonese of Srilankaanse, Sumatraanse, Maleisische en de in 2003 ontdekte Borneose pygmee-olifant.







