|
De leeuw (Panthera Leo)
De leeuw behoort bij de familie van de katten of wel de katachtige. Katachtige hebben allemaal een ruwe tong, goede oren, grote snorharen en kunnen hun nagels in trekken. Alle katten zijn zoogdieren met een mooie vacht, het zijn goede jagers met een sterk en lenig lichaam. Ze hebben gevoelige zintuigen en vlijmscherpe tanden en nagels. Verder rennen en springen ze soepel en gemakkelijk. Ze hebben een flexibele ruggengraat en lange sterke achterpoten.
Leeuwen zijn na tijgers de grootste katten. De leeuw heeft een brede kop, een korte snuit en relatief kleine, ronde oren. Hij heeft een kortharige asgrijze of zandgele vacht (maar variërend van okerbruin tot bijna wit) en een donker kwastje aan het puntje van de staart. Een volwassen mannelijke leeuw is een indrukwekkende verschijning. De grootte en de manen van het mannetje geven het dier een imposant uiterlijk, waardoor de leeuw in grote delen van de wereld bekend staat als de koning der dieren. Jonge mannetjes hebben meestal gele bruine manen en oudere mannetjes herken je aan de zeer donkere manen. Het mannetje is veel groter dan het vrouwtje. Een volwassen mannetje weegt 150 tot 280 kg. Een vrouwtje weegt 100 tot 180 kg.
Leeuwen leven in groepsverband. Leeuwen zijn de enige katachtige die voornamelijk in sociale groepen leeft. Een groep leeuwen bestaat uit een stuk of vijf volwassen vrouwtjes met hun jongen en enkele volwassen mannetjes. De mannetjes beschermen de vrouwtjes en de welpen, de vrouwtjes gaan op jacht. Door het opvallende uiterlijk is het mannetje minder geschikt om te jagen, want ze kunnen hem met die manen al van ver zien aankomen.
De leeuw is het grootste deel van de dag inactief. Soms ligt hij tot twintig uur per dag te rusten in de schaduw, en is hij enkel actief om te jagen. De leeuw voedt zich voornamelijk met prooidieren tussen de 50 en 300 kg, maar als deze niet in de buurt zijn gaat hij af op kleinere en grotere dieren, tussen de vijftien en duizend kg. De leeuwinnen jagen in groepen. Eén van de leeuwinnen sluipt om het prooidier heen. Tegelijk leiden de andere leeuwinnen de aandacht af. Ze laten zich duidelijk zien, zo omsingelen ze het dier. Dan rennen een paar leeuwinnen opeens op de prooi af. Die schrikt en rent de andere kant op om te vluchten. Maar daar staat die ene leeuwin op wacht, de zebra of gazelle rent zo in haar klauwen.
|
|