Orang-oetan
Geen dier staat méér symbool voor de grote regenwouden van Zuidoost-Azië dan de orang-oetan. Dit krachtige dier, de zwaarste van alle boombewoners, geniet grote bekendheid, terwijl zelfs veel lokale bewoners er nog nooit een in het wild hebben gezien.
Orang-oetans of orang-oetangs zijn langharige oranjerode mensapen. Orang-oetans zijn bijzonder intelligent en zijn nauw verwant aan de mens. Ze komen alleen voor op het Indonesische eiland Sumatra en op Borneo, dat deels tot Indonesië en deels tot Maleisië behoort.
Met hun zeer lange armen en sterke grijphanden hebben orang-oetans zich aangepast aan hun leven dat zich grotendeels in de bomen van het tropische regenwoud afspeelt. Orang-oetans leven solitair, toch hebben moeders een heel sterke band met hun jongen. De eerste 6 á 7 jaar blijft een jong bij zijn moeder totdat hij alle vaardigheden heeft ontwikkeld om alleen te kunnen overleven.
Door ontbossing en andere menselijke activiteiten, zoals het afschieten van orang-oetans en de verkoop van baby’s als huisdier, wordt de orang-oetan met uitsterven bedreigd. Gelukkig zetten vandaag de dag honderden mensen zich in voor het behoud van de orang-oetan. Voorlichting aan de lokale bevolking, lobby om de ontbossing tegen te gaan, controle op de illegale handel in orang-oetans en opvang en rehabilitatie van jonge dieren en weesjes zijn activiteiten die, op termijn, een positief effect hebben op de populatie. De beloning is iedere orang-oetan die na een aantal jaren weer in het wild kan worden uitgezet.







